Home » Blog » Sensorische Integratie » Stabiliteit en balans ontwikkelen zich vanuit de zintuigen

Stabiliteit en balans ontwikkelen zich vanuit de zintuigen

door | 20 jan, 2022 | Sensorische Integratie

Laatst maakte iemand een grapje tegen mij: “Zo, was je na die opmerking even uit balans?”. Vandaag wil ik het met je hebben over een andere balans wink én over stabiliteit, een functie waar we weinig bij stil staan als het goed gaat, maar die toch veel invloed heeft op ons dagelijks functioneren.

In deze blog leg ik je eerst uit hoe stabiliteit en balans zich eigenlijk ontwikkelen.

Daarna neem ik je mee in wat we kunnen doordat we dit hebben. En vervolgens vertel ik je hoe het eruit ziet bij je kind als deze functies zich anders ontwikkelen en waar je kind daardoor tegenaan loopt.

1. Hoe ontwikkelen stabiliteit en balans zich?

Door informatie vanuit de zintuigen kunnen stabiliteit en balans zich ontwikkelen.

Ken je nog het plaatje van de boom?

In het plaatje zie je dat een kind eerst

1. informatie vanuit de zintuigen krijgt (de wortels van de boom). Zo krijgt je kind informatie over wat hij/zij ruikt, ziet, hoort, proeft, voelt, waar hij/zij zich bevindt in de ruimte, informatie vanuit de spieren én signalen over zijn/haar (interne) behoeften (zoals honger, dorst, moeheid, wc-behoefte etc.).

Door deze informatie bouwt je kind

2. lichaamsbewustzijn op. Misschien denk je nu aan hoofd, schouders, knie en teen, het is net even anders. Het gaat er meer om dat je kind zijn/haar lichaam daardoor voelt, als in: wat voel ik (tast), waar is mijn lichaam in de ruimte, hoe ver ben ik van iets af, hoeveel kracht kan ik zetten en heb ik nodig.

Maar met de informatie van 1. (zintuigen) ontwikkelt je kind óók stabiliteit.

Vanuit het kunnen voelen waar je hoofd en lichaam zijn in de ruimte, hoe ver je van iets af bent én hoeveel kracht je voor iets nodig hebt, ontwikkel je stabiliteit.

Dit betekent eigenlijk dat je je spierspanning kunt afstemmen op je beweging(en) en zo je houding kunt handhaven als je staat, zit, beweegt of van houding wisselt.

Je balans hangt hiermee samen.

Als je een goede afstemming hebt, dan kun je goed je balans bewaren. Vanuit je stabiliteit ontwikkel je controle over je houding, houdingsregulatie.

2. Waar helpt het je bij?

Doordat je een goede stabiliteit en balans hebt, kun je ontzettend veel! Je kunt dus bewegen, zitten, staan, van houding wisselen, maar ook o.a…

  • lopen
  • rennen
  • springen
  • hinkelen
  • fietsen
  • overgooien
  • een beker met drinken naar de tafel brengen (zonder te morsen wink)
  • eten
  • etc etc.

Stabiliteit en balans zorgen ervoor dat je kind aan tafel kan zitten om te werken/schrijven/een activiteit te doen en daarbij met het lichaam de houding kan aannemen én vasthouden die daarvoor nodig is

3. Wat zie je bij je kind als stabiliteit en balans zich anders ontwikkelen?

Dat kan van alles zijn!

Als de stabiliteit bij je kind minder goed ontwikkeld is, zie je vaak ook een minder goede balans. Toch zijn kinderen vaak bewust of onbewust heel vindingrijk om wat ze minder makkelijk af gaat, op een andere manier te doen!

Ze gaan bijvoorbeeld op bepaalde momenten sneller bewegen, en zetten hun lichaam daarbij vast, zodat ze niet continu correcties hoeven te maken in hun stabiliteit. Soms bewegen kinderen juist minder omdat ze zich onzeker voelen over hun bewegingen en waar hun lichaam “is”.

Wat je verder ziet als een kind moeite heeft met stabiliteit, is dat hij/zij op een andere manier gaan zitten.

Bijv. onderuit hangen op de bank/stoel, (veel) in kleermakerszit zitten (dit zie je bijv. veel terug bij kinderen met Syndroom van Down en regelmatig bij kinderen met Autisme), of juist de W-zit.

De W-zit, waarbij de benen in de vorm van een W onder het kind liggen. Het kind ervaart door deze brede basis bij een mindere stabiliteit meer zekerheid.

Aan tafel zie je dat ze steun zoeken door de armen op tafel te leggen of zo het lijf vast te zetten. Ook kan je kind steun vinden in het hoofd met de armen steunen op tafel, en tijdens het werken aan tafel of het doen van een activiteit bijv. het hoofd op de romp vastzetten of de arm vast zetten.

Verder kan je kind onhandig zijn, snel ongelukjes hebben, regelmatig liggend spel laten zien, omvallen bij het wisselen van houding of het optillen van een been voor een andere positie, snel struikelen, houterige bewegingen maken, bij rennen een arm vlakbij het lichaam houden of juist als het kind een snellere beweging inzet dat er een arm of been nog achter het lichaam aan komt/slingert, of als je kind stil is gaan staan, dat het lichaam van je kind nog even doorbeweegt. Je kind kan snel van slag, angstig of gespannen zijn, of veel/snel wisselen in energie. 

Wist je dat wanneer de stabiliteit zich anders ontwikkelt bij een kind, dat dit invloed kan hebben op het eten en de spraak-taalontwikkeling? Hierdoor kunnen eetproblemen en/of spraak-taalproblemen, of een achterstand in de spraak-taalontwikkeling ontstaan.

Wat je ook kunt zien bij je kind, is dat hij/zij de voeten anders neerzet en/of anders loopt. De hersenen geven een signaal dat het lichaam een veiligere positie en daardoor meer zekerheid nodig heeft, omdat het lichaam door de mindere balans  snel een “gevaar”signaal krijgt.

Het lichaam reageert hier automatisch op door de stand van de benen/voeten te aan te passen. Hierdoor is er een bredere basis, waardoor er minder snel kans is om om te vallen en het aantal waarschuwende prikkels vanuit het systeem minder is. In de plaatjes hieronder zie je hoe dat eruit ziet.

Normale situatie: positie van de voeten en looppatroon

Andere situatie: de voeten staan verder uit elkaar, dit zorgt voor een bredere basis en andere manier van lopen

Andere situatie: de voeten staan iets verder uit elkaar en zijn gedraaid, dit zorgt voor een bredere basis en andere manier van lopen

Ik hoop dat deze blog je inzicht heeft gebracht in hoe belangrijk stabiliteit en balans zijn voor de ontwikkeling van je kind. En ook een beeld heeft gegeven van de uitdagingen die het je kind kan opleveren als de ontwikkeling hiervan anders verloopt en hoe dit er uitziet. 

Heb jij het gevoel dat stabiliteit en/of balans zich anders ontwikkelen bij je kind?

Dan kan ik een Prikkelverwerkingsonderzoek bij je kind doen. Hierdoor komen we erachter wat er zit achter wat je bij je kind ziet en hoe de zintuigen van je kind informatie/prikkels verwerken. Ook weten we daardoor wat je kind nodig heeft.

Meer informatie hierover vind je op deze pagina:

Over mij

Hallo! Ik ben Inger Schuijt en als Prikkelverwerkingstherapeut help ik jou en je kind een stap verder door in te zetten op verborgen kansen. Ik hoop ik je met deze blogs te inspireren!

Gerelateerde artikelen

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Tweet
Share
Share
Pin